Welk speelgoed is goed voor de fijne motoriek?

Fijne motoriek gaat over de kleine bewegingen van handen en vingers: knijpen, grijpen, draaien, rijgen. Die vaardigheid heeft een kind later nodig om een potlood vast te houden, veters te strikken en een schaar te gebruiken.

Bijna elk speelgoed traint er iets van. Hieronder wat waar goed voor is, gegroepeerd naar het soort beweging.

Grijpen en knijpen

Dit is de basis: kracht in de vingers en de pincetgreep, waarbij duim en wijsvinger samenwerken. Zonder die kracht wordt schrijven later vermoeiend.

  • Klei en deeg, waarbij kneden en rollen de handspieren opbouwen
  • Pincetspellen, waarbij kleine voorwerpen verplaatst moeten worden
  • Magneethengels en visspelletjes, die precisie vragen zonder dat het oefenen voelt

Rijgen en plaatsen

Hier komt oog-handcoördinatie bij kijken. Een kraal aan een draadje rijgen vraagt dat twee handen iets verschillends doen op hetzelfde moment, en dat is moeilijker dan het lijkt.

  • Kralen rijgen, te beginnen met grote houten kralen en een stevig koord
  • Veterplanken, waarbij een veter door gaatjes gaat
  • Insteekmozaieken, waarbij pinnetjes in een bord gedrukt worden
  • Puzzels, eerst met knopjes, later met kleine stukjes

Bouwen en construeren

Bouwsets vragen om nauwkeurig plaatsen en om kracht bij het loshalen. Dat laatste wordt vaak vergeten, terwijl het net zo goed traint als het opbouwen.

Kapla, houten blokken, LEGO en Duplo doen dit allemaal. Magnetische bouwstenen zijn een tussenvorm: klikken kost weinig kracht, maar loshalen wel.

Tekenen, knippen en plakken

Knippen is voor veel kinderen de lastigste vaardigheid, omdat de schaar open en dicht moet terwijl de andere hand het papier draait. Begin met dikke stroken en rechte lijnen.

Tekenen op een verticaal vlak, bijvoorbeeld op een schoolbord aan de muur, is trouwens zwaarder en daardoor effectiever dan tekenen aan tafel.

En stapelstenen dan?

Die zijn er vooral voor de grove motoriek. Toch zit er een fijnmotorisch element in: een toren bouwen die blijft staan vraagt om nauwkeurig plaatsen en om doseren van kracht.

Dat maakt ze een van de weinige stukken speelgoed die allebei raken. Wat ze verder doen staat in wat stapelstenen zijn.

Waar let je op bij het kiezen?

Kies iets dat net boven het huidige niveau ligt. Te makkelijk verveelt, te moeilijk zorgt dat een kind afhaakt en de doos niet meer aanraakt.

Wissel af tussen soorten beweging. Alleen puzzelen traint iets anders dan alleen kleien, en de combinatie werkt beter dan tien varianten van hetzelfde.